Direct naar inhoud
Falka Kennismaken

Valt mijn webshop onder de toegankelijkheidswet?

Sinds 28 juni 2025 moeten webshops toegankelijk zijn, maar micro-ondernemingen die diensten leveren zijn vrijgesteld. Vier vragen wijzen uit in welke groep u valt.

Vrijstelling
Minder dan 10 werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro
artikel 6:230fc lid 1 Burgerlijk Wetboek
Waar die vrijstelling ophoudt
Zij geldt alleen voor diensten. Verkoopt u apparaten die zelf in de wet staan, dan gelden daarvoor wel verplichtingen
artikel 4 lid 5, richtlijn (EU) 2019/882
Sinds wanneer
28 juni 2025, zonder overgangstermijn voor de dienst zelf
ACM, toezichthouder voor e-handelsdiensten
Toezicht
De ACM op de webshop, de RDI op de apparaten die u verkoopt
artikel 8.15 Wet handhaving consumentenbescherming en het Warenwetbesluit toegankelijkheidsvoorschriften 2024

Vier vragen die het antwoord geven

De wet regelt twee verschillende dingen: diensten en producten. Voor diensten bestaat een volledige vrijstelling voor micro-ondernemingen, voor producten niet. Uw webshop is een dienst, maar wat u erin verkoopt kan een product zijn dat zelf in de wet staat.

Loop de vragen hieronder in volgorde af. De eerste twee bepalen of de wet eisen stelt aan uw website. De laatste twee bepalen of er daarnaast nog iets voor u geldt.

  • Sluit u via uw website of app overeenkomsten met consumenten?
  • Werken er minder dan tien personen bij u, en blijft uw jaaromzet of uw balanstotaal onder de 2 miljoen euro?
  • Verkoopt u apparaten die zelf in de wet staan, zoals telefoons, laptops, tablets, e-readers of modems?
  • Levert u ook een andere dienst uit de wet, zoals telecom, bankieren, vervoer of e-boeken?

Vraag 1: verkoopt u online aan consumenten?

De wet noemt uw webshop een e-handelsdienst: een dienst die op afstand wordt verleend, via een website of app, langs elektronische weg en op individueel verzoek van een consument, met het oog op het sluiten van een overeenkomst. Een reservering, een boeking of een abonnement dat online wordt afgesloten valt daar net zo goed onder als een winkelmandje.

Consument betekent hier: een natuurlijk persoon die de dienst afneemt voor andere doeleinden dan zijn handels-, bedrijfs-, ambachts- of beroepsactiviteit. Verkoopt u uitsluitend zakelijk, dan verricht u geen e-handelsdienst jegens een consument en geldt artikel 6:230fb niet. Verkoopt u aan beide groepen, dan telt het consumentendeel en valt uw webshop eronder.

Wat u verkoopt maakt voor deze vraag niet uit. De richtlijn zegt uitdrukkelijk dat de eisen voor e-handelsdiensten gelden voor de onlineverkoop van willekeurig welke producten of diensten.

Een website zonder bestelmogelijkheid is geen e-handelsdienst. Levert u wel een van de andere diensten uit de wet, dan gelden daarvoor eigen regels, ook zonder webshop.

Vraag 2: bent u een micro-onderneming?

De vrijstelling staat in artikel 6:230fc lid 1 van het Burgerlijk Wetboek: artikel 230fb is niet van toepassing op ondernemingen met minder dan 10 werknemers en een jaaromzet of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 2 miljoen euro. Blijft u onder die grenzen, dan stelt deze wet geen eisen aan uw webshop en hoeft u ook niets vast te leggen of te melden.

Let op het verschil met de vuistregel van de ACM, die alleen de omzet noemt: volgens de toezichthouder gelden de verplichtingen bij tien of meer mensen in dienst en/of een jaaromzet van meer dan 2 miljoen euro. De wettekst noemt de omzet of het balanstotaal. Zit u dicht bij de grens, laat uw situatie dan juridisch toetsen.

Hoe u telt, staat niet in de wet zelf. Overweging 53 van de richtlijn verwijst daarvoor naar Aanbeveling 2003/361/EG, de Europese definitie van het midden- en kleinbedrijf. Daaruit volgen vier rekenregels.

  • U rekent met het laatst afgesloten boekjaar.
  • Personen tellen in arbeidsjaareenheden: twee halve banen zijn samen één. Eigenaren-bedrijfsleiders tellen mee, leerlingen en studenten met een leer- of beroepsopleidingsovereenkomst niet.
  • Heeft een andere onderneming 25 procent of meer van uw kapitaal of stemrechten, dan telt u haar cijfers naar rato mee. Is er zeggenschap, bijvoorbeeld een meerderheid van de stemmen, dan telt u volledig mee.
  • U verliest de status van micro-onderneming pas als u in twee opeenvolgende boekjaren boven een grens uitkomt.

Vraag 3: verkoopt u ook producten uit de wet?

Dit onderscheid bepaalt wat er van u wordt gevraagd. Artikel 4 lid 5 van de richtlijn stelt micro-ondernemingen die diensten aanbieden vrij van de toegankelijkheidsvoorschriften en van elke verplichting in verband met de naleving daarvan. Voor micro-ondernemingen die zich met producten bezighouden staat die zin er niet. Zij krijgen alleen lichtere administratieve regels.

Uw webshop is een dienst. Wat u verkoopt kan een product zijn dat zelf in de wet staat: computerapparatuur voor consumenten en de besturingssystemen daarvoor, waaronder desktops, laptops, smartphones en tablets; e-lezers; betaalterminals, geldautomaten, ticketautomaten, incheckautomaten en interactieve informatiezuilen; eindapparatuur voor elektronische communicatie zoals modems en routers; en apparatuur voor toegang tot audiovisuele mediadiensten, zoals smart-tv's en settopboxen.

Verkoopt u zulke apparaten, dan bent u distributeur. U gaat na of het product de CE-markering draagt, of de vereiste documenten meekomen en of de instructies en veiligheidsinformatie in het Nederlands zijn. Vermoedt u dat een product niet voldoet, dan biedt u het pas aan nadat het in orde is gebracht, en meldt u het bij de fabrikant of de importeur en bij de toezichthouder. Die verplichtingen gaan over het apparaat, niet over uw website.

Ze gelden bovendien alleen voor producten die na 28 juni 2025 in de handel zijn gebracht; oudere voorraad valt erbuiten.

De vrijstelling voor micro-ondernemingen geldt alleen voor diensten, niet voor producten
Vraag Uw webshop (dienst) Wat u verkoopt (product)
Geldt de vrijstelling voor micro-ondernemingen? Ja, volledig Nee
Waar gaat de eis over? Uw website, app en bestelproces Het apparaat zelf, niet uw website
Wat moet u doen als u niet vrijgesteld bent? De dienst toegankelijk ontwerpen en verlenen, en uitleggen hoe Nagaan of de CE-markering, de documenten en de Nederlandse instructies erbij zitten
Vanaf wanneer? Diensten die na 28 juni 2025 aan consumenten worden verleend Producten die na 28 juni 2025 in de handel zijn gebracht
Wie houdt toezicht? ACM RDI

Vraag 4: levert u nog een andere dienst uit de wet?

De wet gaat over zes soorten diensten. Levert u er meer dan één, dan geldt zij per dienst en kan de toezichthouder verschillen.

De vrijstelling voor micro-ondernemingen geldt voor al die diensten.

Valt u wel onder de wet, dan blijft een deel van uw site buiten de eisen: vooraf opgenomen video en audio die vóór 28 juni 2025 is gepubliceerd, kantoorbestanden van vóór die datum, inhoud van derden die u niet financiert, ontwikkelt of in de hand hebt, en archiefpagina's die na die datum niet meer worden bijgewerkt.

  • E-handelsdiensten: online verkopen aan consumenten
  • Bankdiensten voor consumenten
  • Elektronischecommunicatiediensten, zoals internet, telefonie, e-mail en chat
  • Diensten die toegang geven tot audiovisuele mediadiensten
  • E-boeken en de software die daarvoor bedoeld is
  • Personenvervoer per vliegtuig, bus, trein en over water: websites, apps, elektronische tickets, reisinformatie en interactieve zelfbedieningsterminals

Wat de wet dan van uw webshop vraagt

Valt uw webshop eronder, dan ontwerpt en verleent u de dienst volgens bijlage I, afdeling III en IV onder g, en bijlage V van de richtlijn. Voor e-handel komt daar concreet bij: informatie doorgeven over de toegankelijkheid van wat u verkoopt wanneer de verantwoordelijke fabrikant of leverancier die aanlevert, en zorgen dat identificatie, beveiliging, elektronische ondertekening en betaling waarneembaar, bedienbaar, begrijpelijk en robuust zijn.

Daarnaast legt u in uw algemene voorwaarden of een gelijkwaardig document uit hoe de dienst aan die voorschriften voldoet. Dat is bijlage V en het is een aparte verplichting, ook als uw site technisch in orde is. Is uw dienst nog niet volledig toegankelijk, dan vraagt de ACM u dat bij haar te melden, met een plan erbij.

De wet noemt geen WCAG-versie. In de praktijk wordt getoetst aan EN 301 549, de Europese norm voor toegankelijke ICT. De versie die nu geldt, V3.2.1 uit 2021, neemt voor websites en apps WCAG 2.1 niveau AA over, en daar verwijst de ACM zelf naar. Een herziening die WCAG 2.2 overneemt lag in juni 2026 als finale ontwerpversie bij ETSI.

Voor de dienst zelf geldt geen overgangstermijn: de eis geldt sinds 28 juni 2025. Wel mogen dienstverleningsovereenkomsten die vóór 28 juni 2025 via een e-handelsdienst zijn gesloten, ongewijzigd doorlopen totdat zij verstrijken, en uiterlijk tot vijf jaar na die datum. De langere termijnen voor al gebruikte producten en voor zelfbedieningsterminals gelden voor de andere diensten uit de wet, niet voor e-handel.

Als voldoen niet kan, en wie erop toeziet

Voldoen hoeft niet voor zover het de wezenlijke aard van de dienst zou veranderen of een onevenredige last oplevert. Dat is een uitzondering per onderdeel, onderbouwd met de criteria uit bijlage VI van de richtlijn. Aan de rest van de eisen voldoet u wel.

Doet u er een beroep op, dan meldt u dat bij de ACM. Beroept u zich op een onevenredige last, dan legt u de beoordeling ook vast, bewaart u die vijf jaar en herhaalt u haar bij elke wijziging van de dienst, op verzoek van de ACM en in ieder geval eens in de vijf jaar. Krijgt u van buiten uw eigen middelen geld om de toegankelijkheid te verbeteren, dan vervalt het beroep op onevenredige last. Micro-ondernemingen doorlopen dit niet: zij zijn al vrijgesteld.

Het toezicht is per sector verdeeld. De ACM houdt toezicht op e-handelsdiensten en elektronischecommunicatiediensten, de AFM op bankdiensten voor consumenten en financiële e-handelsdiensten, de RDI op de producten, het Commissariaat voor de Media op e-boeken en op diensten die toegang geven tot audiovisuele mediadiensten, en de ILT op personenvervoer. Consumenten kunnen een toegankelijkheidsprobleem met een webshop bij de ACM melden.

In maart 2026 publiceerde de ACM de uitkomst van tests bij ongeveer honderd van de grootste Nederlandse webwinkels en de websites van de grootste telecom- en energieaanbieders. Bij 61 procent bleek het onmogelijk om met hulpapparatuur een bestelling te plaatsen. Bij nog eens 33 procent kon dat wel, maar kostte het aanzienlijk meer moeite. Bedrijven die de ACM aanspreekt en die onvoldoende verbeteren, riskeren handhaving.

Bronnen

Veelgestelde vragen

Wij hebben acht medewerkers en een webshop. Moeten wij iets doen?

Niet op grond van deze wet, zolang uw jaaromzet of uw balanstotaal onder de 2 miljoen euro blijft en u zelfstandig bent. Verkoopt u apparaten die zelf in de wet staan, dan gelden daarvoor wel de regels voor distributeurs.

Telt de eigenaar mee bij die tien personen?

De Nederlandse wettekst spreekt van werknemers; de Europese definitie waarnaar de richtlijn verwijst telt ook eigenaren-bedrijfsleiders mee. Zit u op negen of tien, dan is dat het verschil en loont het om het te laten nakijken.

Wij zijn onderdeel van een groep. Telt dat mee?

Ja. Bij een belang van 25 procent of meer telt u de cijfers naar rato mee, en bij zeggenschap volledig. Een kleine bv onder een grote moeder is daardoor meestal geen micro-onderneming.

Wij verkopen laptops en e-readers. Verandert dat iets aan onze website?

Nee. Als micro-onderneming blijft uw webshop vrijgesteld. Voor de apparaten zelf bent u distributeur: u controleert de CE-markering, de vereiste documenten en de Nederlandse instructies.

Wij verkopen alleen aan zakelijke klanten. Geldt de wet dan?

De verplichting geldt voor e-handelsdiensten jegens consumenten. Verkoopt u uitsluitend zakelijk, dan valt uw webshop erbuiten. Zodra een particulier bij u kan bestellen, verandert dat.

Wij zijn vrijgesteld, maar een klant komt er niet doorheen. Mag dat zomaar?

Van deze wet wel. De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte vraagt daarnaast van iedereen die goederen of diensten aanbiedt om naar gelang de behoefte een doeltreffende aanpassing te verrichten, tenzij die een onevenredige belasting vormt. Die verplichting kent geen vrijstelling voor kleine bedrijven.

Moeten wij WCAG 2.1 of 2.2 aanhouden?

De wet noemt geen versie. EN 301 549, de norm waaraan in de praktijk wordt getoetst, neemt nu WCAG 2.1 niveau AA over; een versie met WCAG 2.2 is in voorbereiding. Wij bouwen op 2.2 niveau AA: inhoud die aan 2.2 voldoet, voldoet volgens het W3C ook aan 2.1.

Verder lezen

Wat kost dit voor u?

Stuur een korte omschrijving van wat u wilt laten bouwen. U krijgt er een voorstel met een vaste prijs op terug.